Mail aan Dhr.
Janmaat
2 februari 2006
Geachte
heer Janmaat,
In ons laatste telefonische gesprek heb ik nogmaals benadrukt dat
wij belang hechten aan een officieel en schriftelijk antwoord, waaronder
wij een mailbericht niet verstaan. Bovendien is een aanzienlijk
deel van de in onze brief gestelde vragen niet beantwoord en roept
de mail nieuwe vragen op. Deze vragen dienen wel in de uiteindelijke
officiele schriftelijke beantwoording aan de orde te komen.
De vragen uit de brief zijn de volgende:
Kunt U ermee instemmen dat:
- het beheer van landschapselementen (zoals sloten, houtwallen en
heggen) geen economische activiteit is?
- landschap geen verhandelbaar goed is?
- vergoeding voor beheer van landschapselementen geen economisch voordeel
aan de particuliere grondeigenaren verschaft?
- inzet van openbare middelen voor beheer van punt- en lijnvormige
landschapselementen door particulieren derhalve geen steunmaatregel
is in de zin van artikel 87, lid 1, van het Verdrag?
- duurzaam
beheer van landschapselementen een verbintenis vereist voor een
periode langer dan vijf jaar en derhalve toestaan verbintenissen
tot 30 jaar aan te gaan zoals in het kader van Programma Beheer
reeds is toegestaan?
- een
marktconforme vergoeding voor beheer van landschapselementen is
toegestaan, gebaseerd is op getaxeerde grondwaarde en een redelijke
vergoeding voor arbeid en (transactie)kosten zoals gangbaar bij
het berekenen van tarieven voor dienstverlening in de groensector?
Er geen beperkingen
zijn voor de inzet van collectieve middelen voor instandhouding
en versterking van het agrarisch cultuurlandschap buiten de Ecologische
Hoofdstructuur?
Naar aanleiding
van uw antwoord, met name de onderstaande passage, ontstaan de volgende
aanvullende vragen:
"Met betrekking tot investeringen of kapitaaluitgaven die de
instandhouding tot doel hebben van niet-productieve erfgoedelementen
op landbouwbedrijven zoals archeologische of historische elementen,
zal de Commissie toestaan dat steun wordt verleend tot 100% van
de werkelijke gemaakte kosten. In deze kosten kan een redelijke
vergoeding zijn begrepen voor de door de landbouwer zelf of diens
werknemers verrichte werkzaamheden".
- Kunnen wij ervan uitgaan dat ál het landschappelijk erfgoed
beschermd kan worden, ongeacht de ligging en status die aan dit
gebied wordt gegeven door de nationale overheid?
- Wij gaan
ervan uit dat Europa het restaureren van erfgoedlandschappen toejuicht,
mede gezien de Europese landschapsconventie. Dus gaan we er ook
van uit dat vergoeding toegestaan is voor de aanleg van nieuwe elementen
die het streekeigen landschap herstellen. Onze nationale overheid
suggereert namelijk dat er vanuit Brussel bezwaren bestaan tegen
het financieren van nieuwe elementen. Klopt dat? (U
ziet dus hoe precies de beantwoording nodig is, want wanneer wij
Den Haag met uw gemailde antwoord zouden hebben geconfronteerd zal
het antwoord daar luiden, ja natuurlijk mag dat, maar dat geldt
alleen voor oude elementen, niet voor nieuwe aanleg. En: ja, natuurlijk
geldt dat, maar dat geldt alleen voor bepaalde gebieden, zoals de
ecologische hoofdstructuur.)
- Het door
u in uw mail gestelde roept bij ons de vraag op (en anders verzinnen
ze hem wel in den haag), of daar ook onder ook een vergoeding kan
worden gerekend die zal moeten worden betaald aan ieder landbouwbedrijf
wanneer wij gronden ten behoeve van landschap voorgoed uit de functie
van landbouw willen onttrekken. Als dat niet kan, kunnen we landschapszorg
in Nederland wel vergeten, gezien de extreem hoge grondprijs.
Met vriendelijke
groet,
Jaap Dirkmaat
< terug naar overzicht correspondentie |