ACTUEEL
3 januari 2011
Column Jaap
Dirkmaat
Uit: Ledenblad Landschappelijk Winter 2010
De heer Bleker, die we allemaal wel kennen van de
aanloop naar het rumoerige CDA-congres afgelopen herfst, is nu in
het kabinet de man voor de natuur.
De intimi kennen hem ook nog van zijn tijd als gedeputeerde in Groningen.
Ik heb laatst zitten tellen en ik moet u eerlijk bekennen dat ik
de tel kwijt ben geraakt hoeveel ministers en staatssecretarissen
ik heb meegemaakt in de ruim 35 jaar dat ik natuurbehoud tot mijn
werk reken. Ik heb dus enig vergelijkingsmateriaal. Mijn omgang
met al deze heren en dames had natuurlijk vooral te maken met karakters,
die zorgden voor chemie of waarmee het botste. Althans dat dachten
de ambtenaren die soms hele filosofieën hadden waarom het wel
of niet lukte. Ik ga hier geen mededelingen over doen. Volgens mij
had het niet veel met chemie van doen.
Ik lette vooral op de waarachtigheid en serieuze inzet van de bewindspersoon
voor de natuur, vanuit de overtuiging dat de natuur een zeer belangrijk
onderwerp is, hoe overschaduwd binnen landbouw ook en hoe weinig
echt gewaardeerd bij andere en zelfs aangrenzende ministeries.
En ik kan u zeggen dat het niet uit bleek te maken wie deze ‘linkse
hobby’ moest dienen, of ze nu van CDA-, PVDA-, of VVD-huize
kwamen. Je had er overal goeie en kwaaie bij. Mensen met en zonder
visie, hartelijke en eigenwijze, en lieden die de natuur wel en
niet in hun hart gesloten hadden. Maar zelden zat er iemand tussen
die vocht als een leeuw of leeuwin voor de natuur, wanneer deze
door andere departementen als voetveeg en sta-in-de-weg werd gezien
en behandeld.
Nu deze staatsecretaris: hij is er nog maar net of ik neem iets
waar wat ik al die 35 jaar niet heb waargenomen. Er worden bepaalde
uitspraken gedaan in debatten, op televisie, radio en in de krant.
Ik zie bij hem lichaamstaal en chemie met mensen, waarmee iemand
die de natuur werkelijk in het hart gesloten heeft en die waarachtig
is, geen chemie hoeft en wellicht niet zou moeten willen hebben.
Ik zie mensen die ik hoog heb, door hun jarenlange trouw aan dit
onderwerp, hun hoofden in verbijstering schudden. Er wordt gesproken
over rancune en afrekeningen, bezems die de staatssecretaris van
boven naar beneden in organisaties wil laten bewegen. Ook hoor ik
dat natuurbeschermers net gewone mensen zijn die ook hun baan kunnen
kwijtraken. Ik heb de afgelopen weken een smaak in mijn mond gekregen
die ik herken… Het is dezelfde smaak die ik had wanneer ik
mensen verantwoordelijk over onze vaderlandse natuur hoorde praten
over ‘die beestjes met holletjes in de grond’. En over
‘dan moeten die beestjes, waarvan er in het buitenland vast
nog genoeg zijn, maar een stukje opschuiven en kan onze economie
ook weer verder’. Het zijn van die uitspraken waar in feite
minachting uit spreekt. ‘Nu moet het uit zijn met die beestjes,
zet de stoomwalsen maar aan, ik wil asfalt ruiken!’ Allemaal
gezegd en aangehoord, maar deze staatssecretaris slaat alle records,
in zijn eerste maanden al.
De natuur is de basis geweest onder het bestaan van iedereen die
vóór ons leefde, en zal het elixer zijn van al het
leven na ons. De natuur is noch links noch rechts. Eenieder die
wijs is houdt haar hoog verheven boven alle andere belangen, omdat
ze leven en voeding geeft aan al het andere. Dwaas is diegene die
deze realiteit niet onder ogen wenst te zien, waardoor hij kans
maakt op een huishoudboekje dat nooit meer op orde komt.
Staatssecretarissen zijn net gewone mensen: als ze de wetten met
voeten treden, zijn er lieden die opstaan om de wet te handhaven.
----
Jaap Dirkmaat, directeur

|