Vragen staatssteuntoets
Overzicht ontwikkelingen
na 2 april 2006 inzake
Op 11 april 2006 is er telefonisch contact geweest tussen VNC en
een medewerker van mevrouw Martens, CDA lid van het Europees Parlement.
Volgend op het telefoongesprek is een vraagstelling voorbereid aan
de Commissie, een opzet gemaakt en gevraagd naar suggesties voor
wijziging.
Voor de opzet is geput uit de reeds eerder opgestelde brief aan
Eurocommissaris mevrouw Kroes van 11 november 2005. De daaruit volgende
correspondentie heeft nog geen formeel antwoord van de Commissie
opgeleverd. In overleg is besloten om niet alleen open vragen te
stellen maar juist om instemming te vragen. Speciale aandacht ging
uit naar conflictpunten die nog steeds niet zijn opgelost, ook niet
in de catalogus Groene Diensten.
Het ingediende format bleek niet te voldoen aan de regels voor
indiening. In het gestuurde format bleken de 25 beschikbaar gestelde
regels overschreden. Op dat moment waren er 7 teveel en aanpassing
van de vragenlijst vereist. Daarnaast werd expliciet gevraagd wanneer
VNC uiterlijk antwoord van de Commissie verwachtte, zodat de betreffende
europarlementariër de snelheid kon proberen te verhogen. Een
constructieve houding die VNC kon waarderen.
De daarop volgende veranderingen in de vragenlijst zijn goed ontvangen
in Brussel, waarna overleg heeft plaatsgevonden tussen de europarlementariërs
Martens (CDA), Maat (CDA) en Berman (PvdA) om gezamenlijk de vragen
voor te leggen aan de Commissie.
Donderdag 27 april ontving VNC een mail met daarin bijgevoegd de
schriftelijke vraag als gesteld aan de Europese Commissie door de
drie europarlementariërs. Een antwoord kon worden verwacht
binnen 8 weken.
VNC is echter verbaasd over het uiteindelijke product. Zonder overleg
met VNC en ogenschijnlijk op initiatief van de betreffende europarlementariërs
-al dan niet onder druk van de politieke achterban in eigen land-
zijn een vijftal punten geschrapt uit de gezamenlijk vormgegeven
en overeengekomen vragenlijst op 18 april. Het gaat hierbij om de
volgende vragen:
Kunt u ermee instemmen dat:
- De ondergrond onder landschapselementen geen landbouwgrond
is, omdat de opstand geen verhandelbaar landbouwproduct is?
- agrarische gronden waarvoor een langjarig privaatrechtelijk
contract wordt afgesloten voor het beheer van (niet-productieve)
landschapselementen dus een functieverandering ondergaan?
- vergoeding voor beheer van landschapselementen geen economisch
voordeel aan de particuliere grondeigenaren verschaft?
- dat Besluit EC N344/B/1999 over Programma Beheer functieverandering
ook geldt voor dergelijke langdurige privaatrechtelijke contracten
voor beheer van landschapselementen?
- een marktconforme vergoeding voor beheer van nieuwe en
bestaande landschapselementen is toegestaan waarin een vergoeding
voor het grondgebruik is opgenomen?
Op deze wijze blijft het in het ongewisse of Nederland de discussie
kan slechten dat gronden welke een landbouwkundige bestemming hebben,
na een langdurige overeenkomst voor de aanleg en beheer van landschapselementen
geen landbouwkundige waarde meer hebben en er dus sprake is van
functiewijziging waarbij een vergoeding voor grondgebruik gerechtvaardigd
is. Op dit moment heeft VNC nog niet helder kunnen krijgen wat de
motivatie is geweest van de europarlementariërs om bovengenoemde
vragen niet voor te leggen aan de Commissie.
Wordt vervolgd…
< terug naar overzicht correspondentie | Lijst
met vragen die zijn overgebleven. 
|